Het wrak van de GARNES

In de middag van 24 maart 1947 liep het Noorse stoomschip GARNES ten noorden van Terschelling op een mijn en begon langzaam te zinken. Een deel der bemanning ging over op de Groninger kustvaarder REGEJA (12 man waardonder de vrouw van de kapitein) de rest bleef aan boord om te trachten het schip te redden. De sleepboot STORTEMELK van Rederij Doeksen op Terschelling nam het schip enige uren op sleep met de bedoeling haar naar Terschelling te slepen. Toen de slagzij echter toenam gingen de overige bemanningsleden over op de sleepboot en de sleeptros werd gekapt waarna korte tijd later het schip zonk. Diezelfde week waren er nog twee schepen op mijnen gelopen in hetzelfde gebied, maar zij konden worden gered.

Duikinformatie. In 1988 werd er door Terschellinger duikers voor het eerst naar dit schip gedoken. Het achterschip, waar het bij de schroef 28 meter diep was, was goed te herkennen en stak bijna 10 meter boven de bodem uit. De ijzeren schroef heeft 4 bladen en er ligt een 30 meter lange schroefas in het zand. Twee stoomketels en een triple-expansie machine in de machinekamer. Op de kop staat een ankerlier. Hieruit heeft duikteam Ecuador in 1989 2 tuigen geborgen van de UK 212.

GARNES
GARNES
NOORS
24-03-1947
53-26,15N 05-05,31E
VRACHTSCHIP
1930
83 m
13 m
1560 bruto register ton
A/S KR. JEBSENS REDERI
BERGEN
BALLAST
28 meter