Het wrak van de WILLEM VAN EWIJCK

8 September 1939. De Waddenzee tussen Vlieland en Terschelling is spiegelglad. Alleen het geratel van een mitrailleur aan boord van de mijnenveger WILLEM VAN EWIJCK, die op dat moment zeemijnen 'afschiet', verstoort de stilte. Totdat het 56 meter lange vaartuig even na twaalven op een mijn loopt die met een zware dreun explodeert. Midscheeps stijgt een waterzuil op, de schoorsteen knapt als een lucifershoutje af en een motorsloep die langzij lag, wordt twintig meter weggeslingerd. IN vier minuten zal het doormidden gebroken schip zinken. Bij de ramp komen 29 van de 51 opvarenden om. Dat de VAN EWIJCK, een vrij nieuw schip met een nauwelijks geoefende bemanning, op een mijn is gevaren die het eigen flottille heeft gelegd, meldt de marinestaf wijselijk niet. De marinestaf besluit dan dat de resterende 12 mijnen en 3 spertonnen geruimd zullen worden en bij deze ruiming kon men de laatste mijn niet vinden totdat deze laatste mijn het achterschip van de mijnenveger JAN VAN GELDER raakte en explodeerde. Een groot deel van het achterschip vloog in de lucht, het sloeg de voormast weg en bleef op het voordek hangen. Bij deze ramp vielen 5 doden. Het was op 1 oktober 1939. Het schip bleef drijven op het waterdichte schot en kon naar Den Helder worden gesleept waarna het gerepareerd kon worden.

WILLEM VAN EWIJCK
WILLEM VAN EWIJCK