Het wrak van de LOM

De Noorse schoener LOM was op weg met een lading 'beenasch' van Montevideo naar Hamburg toen het op 30 december 1904 verdaagde op de Terschellinger Noordsvaarder, nadat het over de Terschellinger Gronden was heengeslagen. Hier moet stuurman Carl Gunderson overboord geslagen zijn, want toen de 10-koppige bemanning in de sloepen stapte, was hij reeds vermist. De sleepboot NEPTUNUS vertrok uit Terschelling om assistentie te bieden en had geen tijd de roeireddingboot mee te nemen, die toen een plaatsje had in de nieuw gebouwde reddingbootschuur op de haven, het tegenwoordige clubhuis van duikteam Ecuador. De roeireddingboot werd door de sleepboot HOOP naar het wrak werd gesleept. De bemanningsleden werden opgepikt door een der sleepboten en een aantal door de reddingboot. De LOM bleek niet meer te redden 'en komt bij hoog water slechts een weinig boven zee en het achterste gedeelte is vernield'.

Door de lading botten kreeg het schip op Terschelling al spoedig de bijnaam 'bonkeschip'. Het wrak werd ontdekt in 1983 door duikers van Miramar. Keramiekvondsten uit Noorwegen, en hoorns van runderen bevestigden de naam van het schip. De achtersteven kon geborgen worden en ligt in de tuin van het museum Het Behouden Huys op Terschelling.

De LOM was een leuk wrak om op te duiken. Bij de achtersteven was het destijds 18 meter diep door verplaatsing van het vaarwater. De boegspriet zat er toen nog aan. Een jaar later zat de LOM weer geheel onder het zand en tot nu toe, 2010, is het wrak nooit meer tevoorschijn gekomen.

LOM
LOM